Anders paardrijden
                                                

                          


   Home
   Doel
   Voor wie?
   Instructie
   Lessen
   Harnachement
   Lokatie
   Richtlijnen
   PGB
  
   Foto album 
   Gastenboek
   Te koop
 
   Contact

   Links


    Omgangstraining Natural Horsemanship Western Engels Dameszadel Mennen


Bij 'anders paardrijden' wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten zadels, hoofdstellen en bitten. Op deze pagina vindt u hiervan een overzicht.
 

Bitten en hoofdstellen in de westernriding

Bij westernriding hoort ook een western optoming, dus een western hoofdstel, met western bit en western teugels.

Een western hoofdstel heeft geen neusriem. De frontriem kan vervangen zijn door een riem om één of beide oren. Verder wordt er een kinriempje gebruikt om het bit op zijn plaats te houden.

Bij westernriding rijd je met vrij lange teugels en heb je minder contact met het bit. De western bitten zijn dan ook iets dunner dan de Engelse bitten. Beginners rijden met een gewoon gebroken bitje (snaffle), dat erg veel lijkt op een Engels trens bit. Gevorderden rijden met een scharenbit (shank), gebroken of ongebroken.

Een belangrijk punt zijn de teugels. Bij westernriding heb je twee aparte lange teugels, die niet aan elkaar vast zitten met een gespje. Om te rijden maak je van de teugels een brug (de linker teugel over de hals naar de rechter kant van het paard, de rechter teugel over de hals naar de linker kant). Hierbij komt de lengte van de teugels mooi van pas. Behalve dat western teugels langer zijn, zijn ze ook veel dikker dan Engelse teugels. Dikkere teugels betekent dat deze ook zwaarder zijn. Bij het rijden met lange teugels merk je dit extra gewicht. Dit gewicht is heel belangrijk, omdat je op deze manier een paard heel gevoelig kan maken voor teugeldruk. Ook bij het sturen is een zware teugel van belang, aangezien je hierbij met de buitenteugel tegen de hals drukt, waarop het paard opzij moet gaan.


Zadels


Tijdens de dressuur- en zitlessen wordt gebruik gemaakt van een dressuurzadel.
De dressuurzadels die wij gebruiken zijn niet erg diep, zodat de ruiter een goede houding leert aannemen. Hoe dieper de zit en hoe dikker de kniewrongen, hoe vaster je als ruiter komt te zitten. Dit vinden we een belemmering voor het paard. Daarom gaan we voor het vlakkere zadel en een correcte houding en zit, om zo de ruiter en paard veel rijplezier te schenken.


Het veelzijdigheidzadel wordt gebruikt voor het beginners werk. Bij dit type zadel kan de beugel iets korter waardoor de zit wat steviger wordt. Wanneer de ruiter wat meer vertrouwen en zitbevestiging heeft gekregen gaan de beugels langzaam iets langer. Zo werken we naar de dressuur of een ander zadel toe. Natuurlijk wagen we ook wel eens een sprongetje en dan gebruiken we een veelzijdigheid- of springzadel.


Het springzadel heeft een vlakke zit, en de kniewrongen ver naar voren. Je kan dus met korte beugels rijden en goed leren staan in de beugels. Ideaal om de verlichte zit en daarna het springen onder de knie te krijgen.  


Tijdens de Natural Horsemanship lessen wordt gereden met een
boomloos zadel. Hierbij heb je nog meer contact met de blote paardenrug. Het woord boomloos zegt het al: er zit geen boom in.
Dus geen hout, kunststof of ijzer. Wel zit er een verhoging bij de schoft en een verhoging aan de achterkant, zodat de ruiter in het midden van het zadel blijft zitten.
Voor mensen die western gericht rijden kunnen er western stijgbeugels aangezet worden. Bij ons wordt er met gewone Engelse veiligheidsbeugels gereden.

In de westernlessen wordt gereden met een westernzadel. Daarnaast

worden de lange ritten hiermee gereden. Voor de westernlessen
wordt gebruik gemaakt van goede merkzadels, die worden aangemeten door een western specialist. Ook bij een westernzadel is het belangrijk dat dit heel goed past, zowel voor het paard als voor de ruiter. De onderkant en de speciale boom zorgen voor een goede drukverdeling en pasvorm. De zitting van het zadel is ruim, zodat de ruiter goed met het paard kan meebewegen in de wendingen. Je mag nooit klem zitten in het zadel, en ook niet achterover tegen de cantle (de rand van de achterkant van het zadel). Dit zijn namelijk belemmeringen voor het paard.
Omdat wij werken met kostbare zadels hebben we hiervoor een kleding voorschrift (zie richtlijnen). Dit om beschadiging aan ruiter en zadel te voorkomen. 


Bij een dameszadel zit men met beide benen aan de linkerkant van het paard. Vóór op het zadel zitten twee krukken, voor de ligging van de benen. Er zijn verschillende maten zadels, speciaal aangepast aan paard en ruiter (bijv. voor iemand met lange of korte benen).