|
Bij 'anders paardrijden' wordt gebruik gemaakt van verschillende
soorten zadels, hoofdstellen en bitten. Op deze pagina vindt u
hiervan een overzicht.
Bitten en
hoofdstellen in de westernriding
Bij westernriding hoort ook een western optoming,
dus een western hoofdstel, met western bit en western teugels.
Een western hoofdstel heeft geen neusriem. De frontriem kan vervangen zijn door
een riem om één of beide oren.
Verder wordt er een kinriempje gebruikt om het
bit op zijn plaats te houden.
Bij westernriding rijd je met vrij lange teugels en heb je minder contact met
het bit. De western bitten zijn dan ook iets dunner dan de Engelse bitten.
Beginners rijden met een gewoon gebroken bitje (snaffle), dat erg veel lijkt op een
Engels trens bit. Gevorderden rijden met een scharenbit (shank), gebroken of ongebroken.
Een belangrijk punt zijn de teugels. Bij westernriding heb je twee aparte lange
teugels, die niet aan elkaar vast zitten met een
gespje. Om te rijden maak je van de teugels een brug (de linker teugel over de
hals naar de rechter kant van het paard, de rechter teugel over de hals naar de
linker kant). Hierbij komt de lengte van de teugels mooi van pas. Behalve dat
western teugels langer zijn, zijn ze ook veel dikker dan Engelse teugels. Dikkere
teugels betekent dat deze ook zwaarder zijn. Bij het rijden met lange teugels merk je
dit extra gewicht. Dit gewicht is heel belangrijk, omdat je op deze manier een
paard heel gevoelig kan maken voor teugeldruk. Ook bij het sturen is een zware
teugel van belang, aangezien je hierbij met de buitenteugel tegen de hals drukt,
waarop het paard opzij moet gaan.
Zadels
Tijdens de dressuur-
en zitlessen wordt gebruik gemaakt van een dressuurzadel.
De dressuurzadels die wij
gebruiken zijn niet
erg diep, zodat de ruiter een goede houding
leert aannemen.
Hoe dieper de zit en hoe dikker de kniewrongen,
hoe vaster je als ruiter
komt te zitten. Dit vinden we een belemmering voor
het paard. Daarom gaan we voor het vlakkere zadel en een
correcte houding en zit, om
zo de ruiter en paard veel rijplezier
te schenken.
Het
veelzijdigheidzadel wordt gebruikt voor het beginners werk. Bij dit
type zadel kan de beugel iets korter waardoor de zit wat steviger
wordt. Wanneer de ruiter wat meer vertrouwen en zitbevestiging heeft
gekregen gaan de beugels langzaam iets langer. Zo werken we naar de
dressuur of een ander zadel toe. Natuurlijk wagen we ook wel eens
een sprongetje en dan gebruiken we een veelzijdigheid- of
springzadel.
Het springzadel heeft een vlakke zit, en de kniewrongen ver naar voren.
Je kan dus met korte beugels rijden en goed leren staan in de
beugels.
Ideaal om de verlichte zit en daarna het springen onder
de knie te krijgen.
Tijdens de Natural Horsemanship lessen
wordt gereden met een
boomloos zadel. Hierbij heb je nog meer
contact met de blote paardenrug.
Het woord boomloos zegt het al: er zit geen boom in.
Dus geen
hout, kunststof of ijzer. Wel zit er een verhoging bij de schoft en een
verhoging aan de achterkant, zodat de ruiter in het midden van het zadel blijft
zitten.
Voor mensen die western gericht rijden
kunnen er western stijgbeugels aangezet worden. Bij ons wordt
er met gewone Engelse veiligheidsbeugels gereden.
In de westernlessen wordt gereden met een westernzadel. Daarnaast

worden
de lange ritten hiermee gereden. Voor de westernlessen
wordt gebruik gemaakt van
goede merkzadels, die worden aangemeten door een western specialist. Ook bij een
westernzadel is het belangrijk dat dit heel goed past, zowel voor het paard als
voor de ruiter.
De onderkant en de
speciale boom zorgen voor
een goede drukverdeling en
pasvorm. De zitting van het zadel is ruim, zodat de
ruiter goed
met het paard kan meebewegen in de wendingen.
Je mag nooit klem zitten
in het zadel,
en ook niet achterover tegen de cantle (de rand van de achterkant van het
zadel). Dit zijn namelijk
belemmeringen
voor het paard.
Omdat wij werken met kostbare
zadels hebben
we hiervoor een kleding voorschrift (zie richtlijnen). Dit om beschadiging
aan
ruiter en zadel te voorkomen.

Bij een dameszadel zit men met beide benen aan de linkerkant van het paard. Vóór op het
zadel zitten twee krukken, voor de ligging van de benen. Er zijn
verschillende maten zadels, speciaal aangepast aan paard en ruiter (bijv. voor
iemand met lange of korte benen).
|